Gedempt loeien

Eindelijk, eindelijk had hij me dan ook te pakken, de griep. Hier en daar hadden verschillende mensen, soms een beetje pinnig, gezegd: ik snap niet dat jij niks hebt. Oké, nu had ik dan wat. Het kon ook niet uitblijven; iedereen rond mij had griep. En nu ik dus ook. Het begon in de loop van de vrijdag, natuurlijk want dan ga ik niet meer naar de dokter. ‘Ik zing het wel uit’, dacht ik bij mezelf met wat antigrippine en wat rosé en fijn op de bank liggen. Helaas moet ik iedere dag de honden uitlaten en ook op vrijdag of zaterdag boodschappen doen. Dat lukte. Gelukkig kwam in het weekend mijn vriend. Die was net van de griep af trouwens. Maar toch rochelde hij solidair met me mee. Op maandag ging hij weer naar huis en liep ik weer met mijn twee honden door het bos. De koorts van zaterdag en zondag was weg, maar ik was moe en had geen energie. Op halve snelheid stapte ik over de bospaden. Steeds hoorde ik vreemde geluiden. Dan stond ik stil om te luisteren wat het was en hield het op. Liep ik, dan begon het weer. Het was een soort klaaglijk ingehouden kattengejammer, ook een beetje schel. Eerst dacht ik dat het mijn jas was die tegen de hondenriem aan schuurde maar dat was niet zo. Het was een geluid veel dichter bij. Opeens had ik het door: ik was het zélf!. Het was binnenin mij. Mijn longen maakten lawaai als gekken, ze preutelden, piepten en miauwden dat het een aard had. Het klonk zo ongeveer als vroeger, maar dan vele malen zachter, toen pastoor Panis tijdens de zondagse hoogmis het Ite Missa Est zong. Als een koe in barensnood. Hé, maar dan wel zachter hè, bij mij. Wie nooit pastoor Panis de hoogmis in de Visitatiekerk heeft horen zingen, weet niet wat barensnood is. Gelukkig helaas is dat heel lang geleden en zullen nog maar weinig mensen dit weten. Oké, ik moest toch eens op internet op gaan zoeken, hoe vol rommel die prullongen van mij konden raken. Met troep en slijm en hoe ik dat op kon lossen. Antibiotica is voor mij pas een oplossing als het menens wordt en echt niet anders kan. Op internet zocht ik plaatjes van het menselijk lichaam met daarin verstopt de organen. Het levertje zag ik meteen zitten en ik gaf het een knipoogje. Toen zag ik links en rechts die bokshandschoenen hangen, de niertjes natuurlijk, dat kon niet missen. En tamelijk bovenin zaten de longen. Ik kon me wel voorstellen hoe die van mij erbij hingen, vol slijm en troep dat ik allemaal nog moest ophoesten, gore geluiden makend. Wat een ellende toch, het menselijk lichaam. Zodra er iets aan kapot is tenminste. Ouwerwetse hoestsiroop, daarmee zou het toch moeten lukken. En voor de rest, de koppijn die erbij hoort, daarvoor heb ik de antigrippine, goeie pijnstiller, koortswerend en ontstekingsremmend. Daar heb ik bijna altijd alles van me af mee weten te houden. Tja, en ik begon vroeger de week altijd goed natuurlijk: ons lunchuurtje bij Atelier Rosé: Meteen de hele bacteriën-zooi van het weekend eruit met die glaasjes rosé erbij. Dat is nou ook al weken niet meer. Ons atelier is stil gevallen wegens ziekte, verhuizing en vakantie. Het wordt tijd dat we ons na die maanden weer bij elkaar rapen. Het kost mij m’n gezondheid anders. Zullen we het hier maar bij laten, mensen? Kan ik tenminste weer op de bank gaan liggen. Pfff…

Reageren? Graag! Dat kan via guus.van.winkel@pandora.be