Tuinman en kruidenier

We hadden deze keer nogal wat problemen toen we naar Frankrijk gingen afgelopen zondag. Slecht weer, vooral in de Ardennen en Noord-Frankrijk plus een omleiding in Lyon die ons bijna een uur kostte. Daar tegenover stond dat de kachel in huis al was aangemaakt door mijn broertje die met zijn vrouw boven op de berg woont en toevallig ook al een week daar was. Een warm onthaal. We waren van te voren al gewaarschuwd door de Franse vriendinnen die daar permanent wonen voor de ravage die deze winter door de everzwijnen was aangericht op ons mooie weitje voor het huis. Het was echt verschrikkelijk. Het was stukken erger dan op de foto’s. We konden tot bij het huis rijden maar er niet meer lopen. Kuilen van 40 cm diep en bergen gras en pollen even zo hoog over een oppervlakte van een flinke voortuin hadden deze dieren aangericht. We moesten uitkijken om onze enkels niet te breken. De dag daarop, maandag, deden we boodschappen in Villeneuve en probeerden we op de terugweg naar ons dorpje om de tuinman van het dorp te pakken te krijgen om de grond te egaliseren. We zagen de auto van de dorpstuinman bij het kerkhof staan toen we op de terugweg waren van ons troostlunchje in het dorp. Het dorp heeft altijd dezelfde auto, maar bijna om de twee jaar een andere gemeentetuinman. Ik stopte bij de auto. De tuinman kwam net uit het kerkhofpoortje en ik stapte uit en vroeg of hij nu de tuinman van het dorp was. Dat was hij. De vorige (nog vorig jaar) was vrij groot maar deze was kleiner. O, zei ik, ik heb problemen, mijn hele grond voor het huis is omgewoeld door everzwijnen en blabla, ik legde alles uit. Steeds bleef hij mij lachend aankijken. Kun je daar iets aan doen, ik betaal natuurlijk want het is privégrond en niet van het dorp. Oke, zei hij, waar woon je? He, dacht ik, het hele dorp weet toch waar ik woon. De tuinman moest echt helemaal nieuw zijn. Ik zei dus, voor de tennisbaan links het pad in, je rijdt door tot aan de rivierbedding. Er staat maar één huis, daar woon ik. We spraken af dat hij dinsdag even langs zou komen om de schade op te nemen en als het dinsdag te hard regende kwam hij donderdag. Dat waren zijn nièt gemeentedagen. Drie dagen had hij een eigen entreprise en de rest van de week werkte hij voor de gemeente. Ik vond alles goed, als er maar iemand kwam om de boel plat te stampen. Hij had een pet op toen ik hem zag en die pet droeg hij ook toen hij de volgende dag, dinsdag door de regen aan kwam lopen en bij ons boven binnen stapte. Het is nogal erg, zei hij bij wijze van begroeting, die beesten hebben flink huis gehouden. Misschien moet je een fil électrique rondom maken. Ja, zei ik, misschien later, maar eerst moet het geplet worden want we kunnen niet meer lopen. Daar moet een pelle aan te pas komen, zei hij.  Een of ander werktuig om de grond te verschuiven. Ik krijg dat van monsieur de maire, als je dat wilt maar dan moet je het zelf daar gaan vragen. Mag ik uw naam dan, vroeg ik. Cédric, zei hij, ken je me niet meer? Van de Casino, en van de Proxy? Verrek zeg, ineens kende ik hem. Ik trok de pet van zijn hoofd en ineens zag ik de man waar ik al 20 jaar of meer boodschappen bij had gedaan in het dorp. Niet de grote supermarkt iets uit het dorp, maar binnen in het centrum bij de terrasjes. Eerst had hij een Casino en daarna een kleine supermarkt vlak langs ons caféterras en daarna nog een paar jaar de Proxy, die hij zelf verbouwd had en waar we altijd boodschappen deden als we geen zin hadden om naar de grote supermarkt buiten het dorp te rijden. Oh, zei ik, nou ken ik je weer. Ik was stomverbaasd dat ik hem niet eerder teruggekend had want ik kwam al meer dan 20 jaar in zijn kleine dorpskruidenierszaak waar ze trouwens lang niet alles hadden en waar bovendien alles veel duurder, was maar die ook veel dichterbij was. Weet je nog, zei ik tegen hem dat wij ooit gewed hebben terwijl ik bij jou bij de kassa stond af te rekenen nog met gewoon papiergeld over wie wereldkampioen voetbal zou worden, Nederland of Brazilië? Ik zei Nederland en jij Brazilië en jij won. We hadden gewed voor een glas rosé bij de Siècle (café toen tegenover zijn winkel, nu al lang weg) Dat glas hebben we nooit gedronken, hij wuifde het indertijd lachend weg toen ik het de zomer erop aanbood. 

Ja, hij wist het ook nog van dat voetbal. Maar nu moesten er spijkers met koppen geslagen worden. Hij gaf mij zijn telefoonnummer, beloofde dat hij op de Mairie zou praten over wat er in mijn tuin gebeurd was, zodat ik de pelle zou mogen lenen, maar dan moest ik wel zelf met de burgemeester praten en alles regelen. Dat moest op dinsdagmiddag, dan was de burgemeester daar aanwezig. Dezelfde namiddag dus. Oké, zei ik, doe ik. Komt goed, zei hij zoals alle tuinmannen over de hele wereld zeggen en hij vertrok. 

Toch had hij ook nog veel van een kruidenier in zich want hij was aan het berekenen wat de elektrische afrasteringsdraad mij zou gaan kosten. 

Reageren? Graag! Dat kan via guus.van.winkel@pandora.be