Verkeerde keuze

We zaten met ons vieren op de woensdagse weekmarkt in Villeneuve- de Berg aan een tafeltje een beetje te koffiëen en te wijnen. We waren geen van vieren onder de 75 jaar. We zijn gewoon ouwe knoepers. De twee anderen, Amsterdammers, wonen min of meer permanent in Frankrijk, wij, mijn vriend en ik zijn eigenlijk vakantiegangers. ‘Hebben jullie zin om as zaterdag met ons mee naar Aubenas te gaan om te lunchen?’ vroeg het mannetje van het stel.‘Dat is onze laatste dag, zei ik. We moeten dan inpakken en zo. Op zondag vertrekken we weer.’ ‘We zijn toch in 20 minuten in Aubenas, zei het vrouwtje, eten wat en we gaan weer. Nou ja, zei ik. ‘Het is een heel goed restaurant, zei hij en noemde de naam. Wij kenden het niet. Ik eet de laatste jaren eigenlijk liever gewoon in ons eigen dorp. Hoefden we maar 6 km terug te rijden. WIJ rijden wel vanaf hier, zei hij. Ik zuchtte. Ik eet gewoon graag kleine vette frietjes met een stukje kip of een lekkere kwak glibberige puree of pasta en dat krijg je meestal niet in een heel goed restaurant. Het is daar echt bijzonder, zeiden ze weer. Ook dàt nog. Bijzonder is altijd iets wat ik niet lust.  Wat vind jij? Vroeg ik aan mijn vriend. Hij had nog niks gezegd. ‘Zeg jij eens wat. Ik moet altijd alles beslissen’. ‘Ik doe wat jij doet,’ zei hij. (Ja zeg). Mijn vriend houdt van lekker eten en kan dat ook goed. hij vindt het eten in ons dorp eigenlijk ondermaats en dat is het ook. 

Het was keidruk in Aubenas en heel leuk en mooi. Ik was vergeten hoe een leuk stadje het is. Het restaurant was heel bijzonder met een schitterend uitzicht. De rosé was goed maar de menukaart was niet mijn pakkie-an. Ik maakte een verkeerde keuze met het hoofdgerecht en kreeg iets op mijn bord dat leek op een dubbelgeklapte baarmoeder, slijmerig roze met wit waar rauwe stukjes vlees in en uit glipten. Ik at er iéts van. Ik gruwde ervan. Het was nog koud ook. Mijn vriend nam ook een stukje. Het bevriende vrouwtje ook wat. O, een soort knol, zei ze. Het vlees was ronduit smerig. 

Half drie waren we terug thuis in Ladou. Het was nog mooi weer. We hadden gelukkig al veel gedaan dus konden we even bijkomen. Later in de middag werd ik misselijk en kon de rest van de dag niks meer eten en drinken. De volgende morgen pakten we geroutineerd onze spullen in de auto, lieten de honden uit. Ik nam een Immodium in want ik had enkele malen diarree gehad in de nacht en ik ben altijd  degene die rijdt. Terug naar Nederland. Kwart over acht vertrokken we. Het werd een helse tocht met veel files en tijdens het stapvoets rijden moest ik weer een Immodium nemen. Maar de drang bleef verschrikkelijk. Een omleiding volgde op de file en we kwamen op een nieuw en onbekend weggetje ergens in de buurt van Metz. ‘Als je een zijweg ziet, moet je het zeggen,’ zei ik tegen mijn vriend, ‘want ik moet er nu echt even uit.’ We vonden een weggetje in het bos. Honden blij, ik blij, iedereen blij. Daarna nog een omleiding, weer een file. Er was van alles aan de hand in Noord-Frankrijk. Zijn we híer al, zei ik toen we in Luxemburg kwamen. Waar is Thionville gebleven? Ik heb de kerk niet gezien? Daar ben je toch echt mooi langsaf gereden, zei hij. ‘Verrek zeg’, zei ik, ‘moet ik toch even geslapen hebben.’ Flauw om dat te zeggen ik weet het, maar dat kan ik niet laten. Plus: dat was de wraak van de vleesjes.   

Reageren? Graag! Dat kan via guus.van.winkel@pandora.be