Nu en vroeger

Met die alsmaar durende regen de laatste tijd, ligt mijn hond de hele dag op de bank documentaires te kijken. Ik kijk mee. Hij ziet het liefst een documentaire over vogels. Dat vindt hij echt interessant en die volgt hij nauwlettend. Helaas heb ik eigenlijk geen tijd om mee te kijken want er moet van alles gebeuren: ik vertrek weer naar Frankrijk voor de zomerperiode en dan moet er van te voren een hoop geregeld worden plus mijn oudste kleinzoon heeft een appartement gevonden en is op zichzelf gaan wonen. Hoef ik wel niks aan te doen natuurlijk, maar hij krijgt van mij wel veel planten die anders hier kapot gaan, plus een wasmachine als hoofd-oma-cadeau en hij wilde ook graag een schilderij van de honden die bij zijn ouders achterblijven, want die zou hij wel gaan missen. We zaten met z’n allen, ouders, tante, plus-tante, oom, neefjes en oma dus bij hem thuis om kennis te maken met zijn huis en het te bewonderen. Het zag er prachtig uit. Trots en glunderend liep hij ons voor door de kamers met zijn nieuwe, marktplaats-  en overgenomen meubelen. We prezen alles, het zag er ook schitterend uit.  Hij had zelfs een balkon en een enorme hoop lege muren. Verlekkerd keek ik naar die kale wanden. O, wat mooi kaal, riep ik, hier kunnen veel schilderijen hangen, ik heb er nog zat: wil je roodborstjes, konijnen, bloemen, ik heb van alles. ‘Neee!’ Stiet hij uit.  En er klonk een nauwelijks gecamoufleerd afgrijzen door in zijn stem: ‘Alleen van onze honden, daar zou ik wel een schilderij van willen.’ Dus nu ben ik op de valreep bezig met een groot schilderij van alvast de eerste hond. Werk, leuk werk, dat wel. Terwijl ik bezig was aan het snelkookschilderij dacht ik aan het voorcadeautje dat ik had meegenomen: een pizzabodem. Die krijg ik altijd van Wolga, mijn poetshulp. Ik doe daar niks mee en ik wil haar natuurlijk niet voor het hoofd stoten door hem te weigeren of weg te gooien, dus dacht ik dat het wel handig was om deze 25-jarige jongeman op de kookweg te helpen met een pizzabodem. Hij bleek zelfs een oven te hebben en begon onmiddellijk de ingrediënten op te sommen die hij boven op de bodem ging leggen. Dat stelde me toch enigszins gerust, er zaten zelfs groenten tussen, niet alleen maar lekkere sauzen en kazen en vleesjes. Mooi, dacht ik, die kan koken, hij komt er wel. Hoe ging dat vroeger ook weer, toen ik jong was, twintig en een eigen huishouden kreeg. Ik kon niks, ik was amper van kostschool af. De nonnen leerden je niet echt iets nuttigs, en ik kon nog geen aardappel koken. Groenten zaten in blik en eieren maakte ik nog gewoon dood. Vlees moest zwart worden, zover ging mijn kookkennis. Boterhammen met jam hebben ons de eerste huwelijksjaren in leven gehouden. Hij, mijn kleinzoon woont (nog) gelukkig alleen. Vroeger ging het niet zo, het was trouwen tot de dood erop volgt. Gelukkig gaat het nu anders. Beter, veel beter vind ik. Dat mag ook wel eens gezegd worden.  

Reageren? Graag! Dat kan via guus.van.winkel@pandora.be