Een slangetje en een muisje

Ik ben weer in Frankrijk, samen met mijn vriend die altijd meegaat voor de gezelligheid maar ook om me door de ergste rotzooi van het begin heen te helpen, zoals het zwembad openen en schoonmaken, een dag of vier werk, het prieeltje schoonmaken plus de serre bij het zwembad plus het binnenplaatsje boven en het binnenplaatsje beneden van alle ongewenste troep ontdoen. Daar zijn we nu zo’n beetje mee klaar na anderhalve week. Na 3 weken gaat hij meestal naar huis. Maar we doen ook leuke dingen. We gaan naar het dorp en drinken daar wat op het ene terrasje dat open is. De andere twee zijn nog dicht. We eten wat, we gaan naar de markt, doen de boodschappen en we wandelen ‘s avonds naar onze vrienden die boven op de berg wonen. Een vrij steile helling op is dat. Het was al de derde dag dat we de helling liepen dus we hoefden al niet meer zo vaak stil te staan om op adem te komen toen mijn vriend ineens zei: Kijk daar een slangetje, hij is een muisje aan het pakken. En ja, voor onze voeten voltrok zich een vreselijk tafereel. Het slangetje was een adder en hij had het muisje al een stukje in zijn bek en probeerde die bek er helemaal over heen te krijgen. Ik had natuurlijk weer geen fototoestel bij me. Het muisje was zo klein als het handje van een pasgeboren baby’tje en had ook die kleur. Het was eng en akelig, de pootjes spartelden en waarschijnlijk gilde het ook nog maar dat kon ik gelukkig niet horen. Het duurde zeker een minuut totdat de adder zijn prooi meesleurde naar de rand van het pad en daar in de struiken verdween. Wij hadden niks kunnen doen. De natuur moet zijn loop hebben, zeiden we toen maar. Altijd goed. Een slang moet ook eten. Dat soort dingen. Ik besloot toen ter plekke om nooit meer vlees te eten. Alleen eieren. Een ei is niet erg. Een ei weet van niks en heeft niet geleden. Sterker nog, het heeft nooit geleefd, een ei is gewoon een cel. De kip maakt het, legt het en kijkt er verder niet meer naar om. Mijn zorg niet, denkt de kip, dat rare ding dat daar uit mijn achterste komt. Ik moet er niks van hebben. Een ei is meteen al een weesje. Nee, toch niet want dat zou betekenen dat het iets is, een dier, maar dat ei is geen dier. Het is een ei. En die eet ik. Ik ben gek op eieren, gebakken, gekookt, hard, zacht, alles is goed. Maar toch, er zijn ook kippen, in de nabijheid van een haan bijvoorbeeld, die hebben diepere gedachten, die zijn er op gebrand om eenmaal een alfa-ei te leggen dat de wereld gaat besturen. Nadat het kuiken-af is. Soms denkt een kip dat, maar meteen daarna denkt ze al weer niks meer. Gelukkig. Maar evengoed, de supermarkten maken het ons ook niet makkelijk om vegetariër te zijn. Wanneer je vier koude glibberige kipfiletjes in een pakje ziet liggen, denk je niet meteen aan een warme kip met zachte veren die trots door de ren stapt en loopt te pikken. Nee, je denkt: ha, kipfilé, lekker makkelijk, zo klaar, beetje zout en peper, even braden, lekker. En als je kleine varkensreepjes knoeperig bakt om tussen de stamppot te roeren, denk je ook niet aan het varken dat gillend geslacht werd. Nee, dat is lastig, maar een ei, een ei is mooi, dat is goed, heeft nooit gevoelens gehad, nooit iets gedacht; eet het maar, met de cholesterol valt het wel mee, dat was eind vorige eeuw nog een dingetje, nu niet meer. Afgeschaft, in de EU tenminste. 

Reageren? Graag! Dat kan via guus.van.winkel@pandora.be