Geen Schijterij of mooi weer?

Dat vroeg mijn schoondochter aan me toen we al lang nadat de ellende achter de rug was boven op het balkon zaten met 29 graden. Ik was hun op de zondag voor Pasen ‘vooruitgesneld, in m’n uppie, met de twee honden achterin. Zij kwamen na, vier dagen later op donderdag. Op mijn eerste dag, maandag dus, kreeg ik diarree. Mijn poetshulp had intussen gemaild dat de boiler het niet deed, de kraan in de keuken lekte en de goot aan de achterkant van het huis naar beneden hing. O ja, en de stofzuiger deed het ook niet helemaal goed meer. Op zondagavond na aankomst appte ik de buurman nadat ik vergeefs geprobeerd had in de kelder de boiler aan de praat te krijgen. Hij zou de volgende morgen komen appte hij terug. Zijn vrouw kwam mee. Samen stonden ze in de kelder te repareren en hoorden daar mijn zielige doortrekverhaal. Zes keer hoorden ze het leidingwater in de sceptic tank stromen. Zo, het is wel heftig zei buurvrouw toen ze weer boven en binnenkwamen en ik machteloos op de bank lag. ‘We konden precies horen hoe vaak je naar de wc moest, ocherm’.

Buurman reed naar het dorp en haalde een zekering plus nog wat elektrische troepspullen. Tegen de middag was de boiler gerepareerd maar ik nog niet. Ik dacht dat ik Imodiumtabletten uit het vaderland had meegenomen maar wat er in het doosje rammelde was een dikke gebruiksaanwijzing, verder niets. Ik durfde buurman niet te vragen om nog een keer naar het dorp te rijden voor imodium hoewel ze het wel aanboden. Ik dacht het gaat wel over en dat was wel zo maar het kwam ook weer terug en heel erg. Op donderdagmorgen durfde ik het schijterijtechnisch aan naar het dorp te rijden, en imodiumtabletten te kopen. Op het parkeerterreintje voor de apotheek nam ik ze in. Twee. Even wachten, het hield stand. Toen kon ik ook de andere boodschappen doen. Ik was inmiddels vier kilo afgevallen, dat was mooi meegenomen. Toch moest ik nog veel in huis halen want het gezin van mijn zoon zou die avond laat arriveren. Op witte donderdag dus. Zo heet dat toch. Half een in de nacht kwamen ze aan. Ik maande ze tot voorzichtigheid omdat ik net pas hersteld was van een uiterst gemene diarree en mij niet te knuffelen en te kussen. Het was een akelig volhardende bacterie met een enorm doorzettingsvermogen. De tweede dag moest een van de kleinzoons eraan geloven. Met een wit gezicht meldde hij de ramp. Hij bleef maar even op zijn kamer in bed liggen, vlak bij de wc. Gelukkig hebben we daar vier wc’s. Intussen zaten we allemaal boven op het terras in de volle zon, een beetje te mijmeren over Pasen en waar we zouden gaan eten als alle ellende weer over was. Er is niet veel open in Frankrijk, zelfs niet met Pasen. En ook niet op paaszaterdag. Hoe heet dat eigenlijk vroeg een van ons aan de anderen , je hebt witte donderdag, goede vrijdag en zaterdag voor Pasen, hoe heet dat? Toen hoorden we een stem vanuit de kamer komen; “Bruine zaterdag! Zo heet dat.”

Gelukkig had hij zijn gevoel voor humor er niet mee uitgekakt.

Reageren? Graag… dat kan via guus.van.winkel@telenet.be