Het was alweer twee jaar geleden meen ik of was het vorig jaar dat mijn twee Amsterdamse vriendinnen hier bij mij in Hamont waren geweest. Nu vroeg een van hen, de vriendin die ik al ken van kostschool, toen we 12 waren mij weer terug in Amsterdam en automatisch komt dan de derde ook. Ook een kostschoolvriendin, Noraly Beyer, bij de wat oudere lezers bekend als nieuwslezeres voor de NOS. Heeft ze jaren gedaan. Vorig jaar was ze dus hier en daar heeft ze een column over geschreven in de Margriet. Over dat bezoek aan mij. Ik was heel trots en heb het natuurlijk gelezen.
Maar nu zaten we dus met ons drieën in de tuin van de andere vriendin, een schoolvriendin uit Roermond waar ik 6 vertwijfelde jaren heb doorgebracht. Een mooie binnentuin met veel bloemen, ze woont in Amsterdam Oud-Zuid vlakbij het concertgebouw. Ze is ook beroemd, ze is aan de UVA jaren professor geweest Nederlands literatuur van voor 1900, Betje Wolff en Aagje Deken en zo en Piet Paaltjens en heeft daarover diverse boeken geschreven. Ik schrijf eigenlijk alleen maar over poep en rosé en over kinderen en kleinkinderen en Frankrijk en erfgoed en de fitness waar ik bij ben en over niks. Veel over niks. Een simpel rijtje, maar ik heb nog niet één keer deze vleesjescolumn verzaakt, dat is toch ook wat waard. Ik ging met de trein vanuit Weert. Iemand bracht mij en een van de kinderen of kleinkinderen zou mij ophalen. Vanuit de trein ging ik met de taxi. Marita zei wel welke tram ik kon nemen maar ik weet niet hoe dat werkt met die kaartjes dus ik denk, pak gewoon een taxi. Even later nam ik de twee treden op de oude vertrouwde stoep van het huis waar ze veertig jaar woont.
Een hartelijk weerzien volgde en ze merkte onmiddellijk op: ‘Ha, eindelijk ben je wat dikker geworden, het werd tijd.’ Even later kwam Noraly met haar auto. Het was weer als vroeger. Mijn vriendin had een schitterende lunch bereid en we zaten heerlijk in de zon. Er was wel een enge drone die daar hoog boven in de lucht rondhing en alle meeuwen aan een stuk door liet krijsen. Na de lunch liepen we met ons drieën naar het Rijksmuseum, waar op dit moment een speciale tentoonstelling was, Metamorfose. Het was er best druk en eerlijk gezegd vond ik er niet veel aan. Zij hadden allebei een museumjaarkaart en ik moest een kaartje kopen. Tja. Het was natuurlijk toch wel imposant, dat is het Rijksmuseum altijd en het is toch altijd de moeite waard. Na een kleine twee uur liepen we weer naar huis waar mijn vriendin nog wat lekkers had staan voor ons. Ik besloot niet ook voor het avondeten te blijven, ik had totaal geen honger meer en was eerlijk gezegd best moe.
Noraly die in de buurt van het Amstel Station woont, zou me daar afzetten. En daar stapte ik in de verkeerde trein richting Utrecht. Het was een sprinter. De eerste stop was station Arena en ja hoor: Ajax speelde die zaterdagavond tegen PSV en de trein zat werkelijk barstensvol Ajaxsupporters. Ik probeerde door de trein te lopen maar kwam klem in het gangpad. ‘Laat die mevrouw effe door, jongens, kom, maakt plaats!’ zei er een met een enorm Amsterdams accent, ‘kaik een beetje uit, jongens, die mevrouw wil er door!’ Hij grijnsde heel sympathiek naar me. Ik dacht, ik blijf gewoon staan, ze gaan er toch allemaal zo uit. En ja, een paar minuten later stopte de trein bij de Arena en heel het voetbalvolk verdween brullend, gierend, lachend en duwend. Toch zat ik in de verkeerde trein want hij bleef maar steeds stoppen tot we in Utrecht waren. Toen kon ik overstappen in de goeie. Niet te geloven hoe dikwijls ik in mijn leven al in de verkeerde trein ben gestapt terwijl ik helemaal niet zo vaak met de trein ga. Moest ik trouwens weer uitkijken waar ik ging zitten want het achterste treinstel werd in Eindhoven afgekoppeld en zou ergens anders dan Weert naartoe gaan. Reizen met het openbaar vervoer was opletten en uitkijken. Of ze steeds kleine bommetjes onder je neerleggen. Gelukkig stonden in Weert mijn zoon en schoondochter voor het station om me op te halen. Luxe hoor, een auto en toch vind ik met de trein reizen leuk. ‘Het is rust,’ zei mijn zoon, ‘het is 1–1.’ Kon hij de tweede helft nog zien. Het werd 2-2. Best wel saai.
Reageren? Graag! Dat kan via mail: guus.van.winkel@telenet.be
