Koninklijke Fanfare Kempenbloei Achel VZW is in de Rodahal van Kerkrade voor de vijfde keer wereldkampioen geworden. Voorzitter Bram Dalemans is trots, dankbaar en complimenteus naar iedereen die heeft meegewerkt om dit resultaat wederom te behalen.
Tekst en beeld Evert Meijs
Op het terras van Cultureel Centrum Michielshof in Achel zit Bram Dalemans (39), samen met zijn dochters Martha (6) en Kato (14). HAC Weekblad wil de voorzitter van Kempenbloei graag feliciteren met het wereldnieuws ’t kampioenschap opnieuw binnengehaald te hebben. Ook is het zeer de moeite waard om de praeses aan het woord te laten over de wereld áchter het succes.
“Nu ben ik 2,5 jaar voorzitter, als opvolger van Jean Pellens, die ruim veertig jaar deze functie vervulde. Het zal nog een hele opgave worden om het ook zó lang en zó goed vol te houden als hij.” Van kleins af aan speelt Bram al de bugel bij de fanfare van Achel en is al verschillende jaren bestuurslid. Hij kent inmiddels alle ins en outs van de vereniging. “Het is geen kleine club hè, met meer dan tweehonderdvijftig leden. Er komt nogal wat bij kijken.”
Zeven keer meegedaan.
“Het overnemen van de fakkel van iemand die zó bekend is, is geen eenvoudige zaak. En met name zijn speeches zijn legendarisch”, zo klinkt het. Als de koffie wordt gebracht, zijn de dametjes blij met de koekjes. Hoeveel keer ben jij mee geweest naar Kerkrade, Bram? “Van de acht keer dat we deelnamen, heb ik zeven keer meegedaan.” Hij weet nog dat hij de eerste keer meeblies in Kerkrade, toen ook al onder leiding van Ivan Meylemans, in 2001. “Ik was toen veertien. Onze oudste dochter Kato is veertien en heeft nu ook voor het eerst meegedaan, met haar saxofoon. Mooi, hè!”
De rasechte Achelaar vindt het bijna vanzelfsprekend om telkens weer naar het Wereld Muziek Concours in Kerkrade te gaan. “Daar is hét podium voor fanfareorkesten. Het is niet alleen een eer om daar te spelen, maar is voor ons ook hét moment om naar buiten te treden”, zegt Bram. Volgens hem beseffen de mensen meer en meer wat het betekent om op het hoogste niveau te kunnen blijven spelen. “Wil je meedoen, moet je eerst kunnen aantonen dat je een hoog niveau beheerst in jouw afdeling. Wij konden dit jaar ook weer inschrijven, maar als het vol is, is het vol.”
Al in 2024 worden de eerste voorbereidingen getroffen voor het concours 2026. “Er wordt verwacht dat je vernieuwend uit de hoek zult komen. Daarom hebben we een aantal composities laten schrijven door gerenommeerde componisten. Toen die stukken gereed waren hebben we ze uitgeprobeerd en dit jaar hebben we ons definitieve programma vastgesteld. In januari begon het echte repetitieproces voor het WMC.”
Lof van de jury
Er is een aparte muziekcommissie, waarvan de dirigent ook deel uitmaakt. Dit groepje zoekt contact met componisten en legt hun wensen voor, zoals een werk wat complex is, een spectaculair stuk of een muzikaal rustmoment in het programma. “Het is natuurlijk afwachten wat we vervolgens krijgen aangeleverd. Er was ooit ook wel eens ‘n stuk wat ons niet paste; dat speelden we dan niet.” Soms is een componist bekend met Kempenbloei, maar dat is niet noodzakelijk. Bram: “We speelden een stuk voor orgel en fanfare. Deze componist, Harrie Janssen, kent ons al heel lang. De jury was vol lof over dit stuk. We gaven ook de Brit Simon Dobsen een opdracht, een bekende in de brassbandwereld, maar fanfaremuziek kende hij helemaal niet. Toch gaven we hem een opdracht, omdat hij zo vernieuwend is. Hij is één keer op bezoek geweest om de fanfare te leren kennen.”
Nu de wereldpremière van de stukken achter de rug is, komt de muziek voor iedereen beschikbaar via uitgeverijen. Volgens Bram is het ook het doel dat de nieuwe composities door andere fanfares gebruikt kunnen gaan worden. Tijdens de zestig minuten op het podium speelt het muziekorkest drie nieuwe en een bestaand stukken. Op de vraag of iedereen van de negentig muzikanten kan omgaan met de druk, de stress en de discipline van een dergelijk optreden, zegt Bram dat alle muzikanten met de neus dezelfde richting in staan en bereid zijn de extra stap te zetten die nodig is. “Kleine dingetjes blijf je natuurlijk altijd houden. Bijvoorbeeld als de dirigent een persoonlijke opmerking maakt, kán dat wel eens wat gevoelig liggen bij de één of de ander.”
Kato vindt het heel wat dat ze voor zoveel mensen moest spelen. “En de stukken waren moeilijk. Op zo’n hoog niveau had ik nog nooit gespeeld.” Hoeveel muzikanten speelden dezelfde tweede-altsax-partij met jou? Kato: “We waren met zessen die dezelfde melodie speelden. Gelukkig heeft de dirigent nooit gezegd dat het niet goed ging tijdens de repetities. Ik heb thuis veel gespeeld in onze speciale muziekkamer. Maar niet tegelijk met papa.” Ze lacht.
Iedereen vast lid
Bram legt uit dat de basis van het orkest uit Achelse mensen bestaat. “We hebben zo’n hoog niveau, dat we wel regionaal werken. De muzikanten komen ook uit Utrecht, Lokeren, Hasselt en Bilzen. Maar dezelfde muzikanten van het WMC spelen ook bij het inhalen van Sinterklaas of bij de 11-novemberviering. Iedereen is vast lid van onze fanfare. Natuurlijk komt iemand uit Antwerpen niet even naar hier voor de Antoniusprocessie. Maar iedereen is wel elke week hier in Michielshof voor de repetitie.”
Vanzelfsprekend gaat het ook over Ivan Meylemans, de man die als dirigent al veel openbare lofprijzingen heeft mogen ontvangen. In negentig procent van de repetities is hij present. Het duizelt om je oren als je hoort waar hij actief is; in Singapore, Zwitserland, is chef-dirigent in Zeeland, werkt in Leuven, Maastricht en is als gastdirigent overal over de wereld te vinden.
“Is het allemaal al verteerd?” vragen belangstellende gasten die op het terras een plaatsje zoeken. Voorzitter Bram roept goedkeurend terug. Hij legt uit dat je pas het gevoel krijgt dat het optreden goed was, als je terugkomt van het podium in de zaal. “Dan denk je pas dat het goed is. Je voelt wel dat alles loopt, maar pas na afloop besef je dat.”
In vergelijking met Max Verstappen, die ook meermalen kampioen werd, zegt de voorzitter: “Hoe vaker je wint, hoe minder speciaal het wordt, tussen aanhalingstekens. Het blijft natuurlijk bijzonder om muziek in een wedstrijdvorm te gieten. Want muziek beoordelen blijft subjectief: wat vind je mooi en hoe interpreteer je. Maar tóch: het verschil met de nummer twee was heel erg groot en daardoor was het voor iedereen gemakkelijk te accepteren dat we de beste waren.” In principe voelt Kempenbloei het als haar plicht om volgende keer weer aan te treden in Kerkrade.” Vanaf nu is er een zomerstop voor de repetities. Bram: “Effe de riem eraf.”



Op de foto Bram Dalemans (39), samen met zijn dochters Martha (6) en Kato (14).