Fatsoensnormen; je hebt ze in allerlei soorten en maten. Zijn ze van deze generatie? Ik weet het niet. Opgegroeid onder de rook van de zinkfabriek, vrij vertaald de Fabrieksstraat of Heikant, kwamen ze in ieder geval niet voor in het straatjargon van de jaren zeventig, tachtig en negentig.
Je kunt het je nauwelijks voorstellen; stel je voor dat iemand destijds zou roepen: “ Smakelijk eten”. De kans was groot dat je een schop onder je achterste kreeg en uit de groep werd gegooid. Of sterker nog, je kon een goeie peer van de mattenklopper krijgen die destijds in veel huishoudens als een soort waakhond de vrede in huis bewaarde. Als klein jochie had je toch wel ontzag voor dat ding. Ik vond het des te vreemder dat het later het symbool werd van het Simplistisch Verbond van de VPRO.
Terug naar de normen. Het waren in onze beleving ook meer Haagse termen, die met de westenwind gaandeweg Brabant bereikten. ‘Smakelijk eten’; laat me niet lachen. Je had er ook gewoon geen tijd voor om het te benoemen; als je uit een warm katholiek nest kwam en voor het eten aan tafel werd geroepen met een man of negen, dan was de pan met aardappelen al leeg voordat de damp van diezelfde aardappelen het plafond had bereikt.
Ook op het werk is het momenteel niet anders. Tot voor kort was ik werkzaam bij een bedrijf met een 120-tal braaf werkende burgers. Het was de eerste tien minuten een en al hilariteit in de kantine. “ Smakelijk eten, smakelijk eten, laat het smaken ect..ect…” het was een mondelinge drukte van jewelste. En dan zag je sommige gulzigaards met een mond volgepropte hete soepballetjes hun best doen om smakelijk eten terug te zeggen. Want dat is ook nog een ding. Je hebt er bij die het presteren om rond de klok van twaalf uur twee koppen soep naar binnen te werken, een broodje kroket én een salade. En ’s avonds zit moederlief thuis weer met de prut te kijken omdat meneer niet zo’n honger heeft. Misschien raadzaam om ook in de bedrijfskantine een mattenklopper op te hangen.
Terug naar de basis; als mens gun je een medemens toch altijd het beste; of het nu om gezondheid gaat, het eten, het werk, de familie, de liefde. Zo sta ik er tenminste in. Maar om dat nu telkens te moeten benoemen? Pffff… ik word daar zo moe van!
Ik heb ook netjes medegedeeld dat ik de term smakelijk eten niet meer in de mond neem, refererend naar de zinsnede hierboven vernoemd. Ze weten het nu en ze vallen me er ook niet meer lastig mee.
Het geeft rust; mijn boterham met kaas en komkommer krijgt nu alle gelegenheid om goed gekauwd en in perfecte porties mijn keel en slokdarm te passeren.
Bij het verlaten van de kantine was er wel zo’n gast uit het hoge segment die dagelijks aan bijna iedereen op een slijmerige manier vroeg of het gesmaakt had. Je kent hem wel, de man met de vet gevulde, achterover gekamde haardos, de polo met de kraag omhoog, de veel te korte bandplooibroek met daaronder de sokloze, klikkende Italiaanse tapdans schoenen met gesp; vreselijk! Die man lijdt echt aan het poppenkastsyndroom.
Nog een fatsoensnorm waar ik opheldering om vraag. Als ik om half vier naar huis ga klinkt het in koor ‘ fijne avond’. Ik snap het wel maar ergens ook niet. De avond begint volgens de regels om 18.00 uur. Dan mis ik dus een aantal uren waarin me iets fijns wordt toegewenst. Raar toch? En waarom wordt me dan ook aansluitend geen fijne nachtrust gewenst? Het zijn gewoonweg gewoonten van fatsoen die we ons als mens aangeleerd hebben, vaak zonder enige diepere betekenis.
Als ik het kantoor verlaat beperk ik me tot de kreten doei, tot morgen, ik taai um af, de mazzel, ik ben er weg van, luitjes tot morgen, of gewoon houdoe. Elke dag wat anders om het niet te saai te maken. Maar ik krijg de kreet fijne avond niet uit mijn strot, gewoonweg om dat die niet de gehele lading dekt.
Voor nu sluit ik af met de lezer een fijne middag, fijne namiddag, fijne avond, fijne nachtrust, en een goede ochtend toe te wensen.
Jos Saanen,
Soerendonk