Worst

Intussen weet u wel dat ik hier in Frankrijk best prettige buren heb waar we regelmatig contact mee hebben en ook regelmatig een glaasje mee drinken. De bovenbuurman heeft ook een hond. Mijn grote hond Dimo is daar erg op gesteld. Zo niet Marie. Als hun hond meekomt krijgt hij van Marie een grauw en van Dimo een hartelijke lik over zijn neus en verder houdt iedereen zich rustig. Heel vaak begeleidt Dimo wanneer het echtpaar met hond teruggaat hen nog een stukje naar huis, of de hele weg als hij denkt dat het kan lijden en gaat dan bij hun onder de tafel liggen. Soms zijn ze met de auto als het warm is en ze hebben geen zin om de terugweg te klimmen, dan blijft de hond natuurlijk thuis. Een paar dagen geleden miste ik hem ’s avonds, het werd al donker en ik riep hem. Normaal komt hij dan wel aangelopen en als hij bij hun onder tafel ligt, hoort hij mij ook, hoewel het zeker tien minuten lopen is, klinkt het zo luid door het dal dat je elkaar soms gewoon kunt verstaan. Ik riep nog een paar keer Dimo, Dimo, maar niks. Ik wachtte nog tot tien uur en appte toen naar de buurman. Is Dimo bij jullie? Ja, appte hij terug. Hij ligt hier onder de tafel. Ik zal hem aanduwen naar beneden. Roep maar. Oké, vijf minuten later komt meneer aangezet in het hartstikke donker, ja ik had wel wat lichten aan en komt naar me toe gelopen. Ik zat achter de computer met de tv aan voor de gezelligheid. Ik deed een spelletje. 

Hij kwam naar binnen, de deur staat altijd gewoon open en stoot me aan. Met zijn neus tegen mijn knie. Dat betekent; kijk baas, ik ben er weer. Goed he. Nog een stoot tegen m’n knie betekent dat hij wel iets zou lusten. Of er is iets anders wat hij wil. Ik moet mee buiten komen zitten. Of ik moet klitjes uit zijn vacht halen die hij in zijn rush door de wei en struiken van boven naar beneden rennend heeft meegenomen. Voor hem geen paadjes, o nee. Maar nu kreeg ik echt heel veel duwtjes. Er was vast iets spannends onderweg gebeurd. Een everzwijn of zo of een konijn. Ik kwam er maar niet achter wat hij bedoelde. Marie lag vanaf de belangrijkste plaats op de bank het gedoe misprijzend aan te kijken. 

De volgende dag kreeg ik van de buurman bij mij op de borrel in een verhelderend gesprek een soort inzage in wat de stootjes mogelijk betekend zouden kunnen hebben. Stootje een: ‘Hé, hier ben ik weer.’  Stootje twee: ‘ik heb zo’n leuke avond gehad’. Stootje drie: ‘er lag bij hun een worst op een stoel, een helemaal ronde worst’. Stootje vier: ‘Die hadden ze voor mij klaargelegd.’ Stootje vijf: ‘Mocht ik helemaal alleen opeten en dat heb ik gedaan. Heel vlug.’ Stootje zes: ‘En nu heb ik dorst’. 

Ze hadden het pas gemerkt zei de buurvrouw toen ze naar bed gingen. Het was een soort Hemaworst maar dan in het Frans, die hun kinderen die de dag daarop zouden vertrekken  voor onderweg gekocht hadden. Er lag nog een klein stukje papier van de worst ergens in de keuken. Dat had hij niet opgekund, of, een beetje slordig, laten liggen. Ja, de worst lag op de stoel in de keuken, duidelijk in het zicht zodat de kinderen hem niet zouden vergeten de volgende morgen want ze vertrokken al vroeg. Ik bood aan de worst te vergoeden maar dat wuifden ze lachend weg. ‘Onze eigen stomme schuld,’ zeiden ze. ‘Hadden we hem daar maar niet neer moeten leggen.’

Stootje zeven: ‘Ja, wie legt er nou ook een worst op een stoel.’

Reageren? Graag! Dat kan via mail: guus.van.winkel@telenet.be