Kermisechtpaar staat al bijna veertig jaar op Budelse kermis

BUDEL – Voor Tiny en Wil Paashuis is het centrum van Budel inmiddels bekend terrein. Het echtpaar staat al jaren op de kermis in het dorp. Ook deze editie is het kermisstel weer van de partij met hun oliebollenkraam op het Capucijnerplein.

Tiny en Wil Paashuis draaien al een hele tijd mee in de kermiswereld. De Vughtenaren komen al bijna veertig jaar naar Budel. In het verleden waren ze ook met vliegtuigjes en een snoepkraan in het dorpshart te vinden. De laatste vijftien jaar zorgen ze met een oliebollenkraam voor de inwendige mens.

In de gebakskraam worden onder meer (krenten)oliebollen en appelbeignets gebakken. “Dat doen we met veel liefde”, zegt Wil. De oliebollen worden volgens een geheim recept gemaakt. “Iedere oliebollenbakker geeft hier zijn eigen draai aan”, weet Tiny.  

Het kermisechtpaar runde in Budel ook jarenlang een snoepkraam. Wil: “Die heeft onze dochter inmiddels overgenomen.”

Het Brabantse echtpaar stond eerder deze week nog op de kermis in Empel. “Dat ligt bij Den Bosch. Voor ons was het een thuiswedstrijd”, zegt Tiny. Eerder deze maand werd ook de kermis in Hoorn aangedaan. Dat is altijd een belevenis, aldus Tiny: “Op veel plaatsen in Noord-Holland, zoals in Hoorn en Volendam, leeft de kermis zoals het carnaval hier.”

Het Brabantse stel reist met hun kramen en attracties al verschillende decennia kriskras door Nederland. Wil: “Het kermisseizoen begint meestal rond Pasen en loopt tot oktober. In de winter staan we met twee oliebollenkramen in Vught.”

Sinds hun dochter de snoepkraam heeft overgenomen doen ze het wat rustiger aan. Wil: “Na corona zijn we begonnen met afbouwen. Wij staan nu nog op een tiental kermissen. Daardoor is er meer tijd voor huisje-boompje-beestje. Het is fijn om wat vaker in de tuin te kunnen zitten. Ook hebben we meer tijd om op onze kleinzoon te passen.” Tiny: “We zien elkaar nu ook vaker. Voorheen stonden we met verschillende kramen op verschillende kermissen.”

Hij komt uit een echte kermisfamilie. Zijn opa en oma gingen eind negentiende eeuw met een dansvloer en orgel de kermissen af. “Mijn vader bouwde vervolgens een danstent en ging daarmee op pad. Toen er meer cafés met zalen kwamen, stopte hij met de tent.” Het orgel waarmee hij door het land trok, staat nu in Museum Speelklok in Utrecht, voorheen bekend als het Nationaal Museum van Speelklok tot Pierement. “In 1961 begonnen mijn ouders een snoepkraam. Die hebben wij later overgenomen”, zegt Tiny, wiens broers ook kermisexploitant zijn geworden.

Het echtpaar maakt lange dagen. Wil: “Het is niet zomaar een klep opengooien en beginnen.” “We starten vaak al om elf uur in de ochtend met de voorbereidingen. En onze werkdag eindigt meestal om middernacht”, legt Tiny uit.

Aan definitief stoppen denkt het kermiskoppel nog niet. “We vinden het nog steeds heel leuk om te doen”, zegt Tiny, die in Budel weer vijf dagen lang veel bekende gezichten verwacht te zien. Niet alleen kermisexploitanten, maar ook kermisbezoekers. “In de loop der jaren hebben wij in Budel veel mensen leren kennen. Ook hebben we er veel vaste klanten.”

Foto Jos Meusen