Katoengras

Zoals veel planten of dieren heeft Katoengras of Veenpluis een beschrijvende maar niet helemaal juiste naam. Vreemd genoeg is het geen katoen of gras, hoewel het weliswaar enigszins op beide lijkt. Het is in feite een Zegge, een plantengroep die nauw verwant is aan de grassen.

De wetenschappelijke naam is Eriophorum angustifolium, erion betekent wol en phorum betekent dragend.

De plant groeit op vochtige, zure grond, zoals heide, moerassen, waterkanten en veen en het komt in oost Nederland nog voor.

Deze foto is gemaakt achter de haven van Budel-Dorplein op een licht winderige dag en het was een prachtig gezicht die witte wattenbolletjes die wuiven in de wind als vlaggetjes. Als je het katoengras tegenkomt, kan je de verleiding niet weerstaan om het aan te raken en zachtjes tussen je vingers te trekken en te genieten van het zachte, delicate gevoel van de vezels. Het is niet moeilijk te begrijpen waarom deze pluizige zaden vroeger werden geoogst om kussens te vullen en het werd ook wel als verband gebruikt. Katoengras is ook een belangrijke voedselplant voor de grote heidevlinder, een moerasspecialist en een bedreigde diersoort die zijn eitjes op de zegge legt en waarvan de rupsen zich er vervolgens mee voeden. Een andere verbazingwekkende aanpassing die ze hebben, is dat ze de vezels van het bovenste witte pluizige blad gebruiken om zonnewarmte vast te houden om ze warm te houden als het koud is. Voor de bloei (pluis) wordt het graag gegeten door paarden. Vroeger werd het wel geoogst als het wintervoer dreigde op te raken. Het pluis werd vroeger ook wel gebruikt als kaarsenpit om te branden.

De fijne witte haren van het Katoengras zitten vast aan de zaden en als de wind sterk genoeg is, gaan de haren in de lucht en verspreiden ze zich vrijelijk op de bries, klaar om het leven elders opnieuw te beginnen. 

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Foto en tekst Jan de Bruijn.