Roestbakken de container in!

Als ik binnen anderhalf jaar én een nieuwe groene container én een nieuwe grijze container moet aanschaffen, dan is er toch iets mis denk ik dan. Ligt het aan mij? Ik kan het me niet bedenken. Burgerlijk braaf zet ik ze allebei keurig op de hoek van de straat, en spuit ik ze vervolgens elke keer af met de slang. Niks aan de hand.

Ik hoor in mijn omgeving de laatste tijd echter vaker verhalen van kapotte containers, waarbij de oorzaak niet te achterhalen lijkt.

Zoekend naar een mogelijke oorzaak was ik er eigenlijk al wel vrij snel uit. Op mijn vrije maandag zet ik normaliter geen wekker. Uitslapen is er echter gewoon niet bij. Je kunt er in dit geval wel de wekker op gelijk zetten; tussen kwart voor acht en acht uur komen ze de groene container legen. Zoals bekend wordt dit zowat automatisch gedaan. Twee grijpgrage armen pakken het ding op, en gooien het als een soort kermisattractie de lucht in. Arme containers! Ze worden diverse malen door het luchtruim gegooid, om uiteindelijk met klepperende deksel terug gezet te worden op de oorspronkelijke plaats.

Als ik deze vervolgens ophaal, dan zie ik dat de container van de buren een scheur heeft. Nu snap ik het! En dit is niet de eerste keer! Zo gaat het week in week uit.

Beste, maar vooral zeer gewaardeerde Roland, als burgervader van de gemeente Cranendonck zou ik zeggen, stap op maandagmorgen, met het broodtrommeltje onder de snelbinder, eens op de fiets naar Zurrik; de koffie en een bakje yoghurt met fruit staan klaar om het ontbijt compleet te maken. Vervolgens kijken we samen met een schuin oog vanachter het gordijn welk leed er de containers wordt aangedaan. Je zult het met eigen ogen kunnen aanschouwen! Misschien eens een hartig woordje spreken met die chauffeur van de vuilniswagen?

Als je vervolgens van de eerste schrik bent bekomen, nuttigen we een tweede kop koffie en wil ik nóg een punt bespreken.

Ik, en met mij vele dorpsgenoten, erger me groen en geel aan het geleuter met die 30 km regels én wegversmallingen, gekenmerkt door roestbakken, gevuld met verdorde Hortensia’s.

Als ik op zondag ga tanken is het een ware kwelling om vanaf de Midbuulweg in Hamont te geraken.

Ga er maar aan staan; probeer maar eens 30 km te rijden. Van achteruit wordt je toeterend en met gebaren gewezen dat je een ‘zondagsrijder’ bent. De enigste die begrip toont is de groene smiley op een paal die je hartelijk begroet, mits je onder de 30 km blijft. Vervolgens leert de ironie dat je links en rechts op de fietspaden wordt ingehaald door opgevoerde fatbikes, zeventigers en tachtigers die het noodzakelijk vinden om met een turbostand hun weg te vervolgen, én groepjes wielrenners en mountainbikers die op dat moment alle vrijheden op de weg opeisen.

Dan naar die wegversmallingen, begeleid door de eerder genoemde roestbakken. Je moet de krant maar eens open slaan of social media volgen. Bijna dagelijks eindigt een verkeersruzie in het ziekenhuis. En vaak liggen versmallingen daar ten grondslag aan. Het wachten is op het moment dat het in onze gemeente gebeurt.

Nota Bene, een week of drie geleden zelf nog meegemaakt. Binnenkomend in Hamont zijn het geen roestbakken maar wat verhoogde zuilen die zich als versmallingen ‘opwerpen’. In de verte zag ik een stoere motorrijder aankomen snellen. Vanuit Budel heb ik dus voorrang. Mijn gevoel zei al dat het een duel ging worden. En wat denk je, die gast reed gewoon de versmalling door zonder een krimp te geven. Ik heb vervolgens met vol ornaat mijn Mazdageluid laten horen en ben verder gereden.

Dat heb ik geweten. In mijn spiegel zag ik hem omkeren en kwam intimiderend langs me rijden en sneed vervolgens mijn pas af. Gelukkig besefte hij dat omstanders dit zagen en maakte linksomkeer.

Nou, mij hart klopte niet in mijn keel, maar lag volgens mij een halve minuut op mijn dashbord. Krijtwit heb ik de auto even langs de weg geparkeerd om even tot mezelf te komen. Het moraal van dit verhaal; voor heel weinig kun je in deze tijd afgerekend worden, schuldig of niet schuldig.

Terug naar de wegversmallingen en 30 km regels; gemeente, ruim ze op en laat die limiet varen. Kijk, in deze gejaagde wereld is het gewoon een utopie dat mensen zich nog aan snelheidsregels houden. Dat is gewoon teveel van het goede! En als de gemeente dan toch wat geld in het laadje wil krijgen, voer dan de ouderwets mobiele snelheidscontroles weer in, net als vroeger. Lekker stiekem achter een struik een flitser plaatsen, of achter een omhoog staande motorkap. Maar ruim alstublieft die roestbakken op!