Bruine kikker

We hebben er even op moeten wachten, maar langzaam maar zeker ontwaken onze Nederlandse amfibieën dan toch echt.  De eerste eiklompen van de Bruine kikker (Rana temporaria) zijn afgelopen week op de Gastelse heide gezien!  Dat het juist daar gebeurt is niet zo vreemd. In dit deel van ons land is het vaak net iets warmer, waardoor amfibieën er meestal ook net iets eerder actief zijn.  Dit gebeurt vaak met enkele tien- tot honderdtallen klompen tegelijk op slechts enkele vierkante meters.  Een vrouwtje legt een enkele eiklomp per jaar en het legsel bestaat uit gemiddeld 1.000 – 2.500 eieren. 

Elk klein zwart ei is omgeven door een heldere geleicapsule van ongeveer 1 cm doorsnede. 

Vanaf juni kunnen de pas gemetamorfoseerde kikkertjes, soms massaal, aan de oevers worden gevonden. Na ongeveer 16 weken beginnen de kikkervisjes achterpoten te groeien, gevolgd door voorpoten.  Als ze hun staart volledig hebben opgenomen, verlaten ze het water als kleine kikkertjes, meestal in de vroege zomer, maar soms ook pas in september.

De Bruine kikker is samen met de heikikker de eerste kikker die in het voorjaar aan de voortplanting begint.  Naast de eiklompen, kunnen in deze maand meestal ook de roepende mannetjes worden waargenomen.  Buiten het voortplantingsseizoen leven Bruine kikkers op het land. Een deel van de populatie overwintert op land, een deel in het water.

Deze laatstgenoemde groep trekt in het najaar naar het water. Bij milde temperaturen kunnen bruine kikkers tot en met december gevonden worden. Op zonnige winterdagen kunnen overwinterende dieren tijdelijk actief worden en bovengronds komen. Na overwintering trekken de op land overwinterende dieren naar het water, veelal gelijk met de gewone pad.  De Bruine kikker heeft een sterke binding met bos en struweel en heeft een zeer ruime habitatkeuze en dringt ook door tot in stad en dorp. Hij komt in allerlei watertypen voor, met een voorkeur voor kleine geïsoleerde wateren en kleine lijnvormige wateren. In groot open water en vennen komt hij veel minder voor. Deze kikkers communiceren door middel van kwaken. Lucht uit de longen wordt over de stembanden in de keel geperst. 

Communicatie is erg belangrijk tijdens de paartijd, want zo trekken mannetjes vrouwtjes aan. Na de paring laten de kikkers hun eieren achter. Ze zorgen niet voor hen. Wat de Bruine kikker eet is een breed scala van ongewervelde dieren, vooral slakken, kevers en insectenlarven en ze kunnen wormen op geur detecteren. Ze hebben de neiging om zich overdag op vochtige plaatsen te verstoppen, maar dwalen vaak ver weg van stilstaand water. Ze zoeken ’s nachts of op regenachtige dagen naar voedsel. De larven voeden zich na het uitkomen met restanten van de eigen kikkerdril, en daarna met allerlei kleine organismen, zoals algen en ander plantaardig materiaal. Geleidelijk eten ze meer dierlijk voedsel eten zoals watervlooien, slakjes, wormpjes, waterinsecten en aas, maar ook eieren en larven van amfibieën, waaronder die van de eigen soort. De Bruine kikkers zijn van groot belang voor de mens. Ze consumeren insecten, wat helpt bij het onder controle houden van populaties muggen en gewas schadelijke insecten. Ecologen volgen kikkerpopulaties omdat ze de gezondheid van het ecosysteem als geheel weerspiegelen. 

Foto door Martien Winters, tekst Jan de Bruijn.